krassen

/ˈkrɑsə(n)/

Betekenis

werkwoord
  1. strepen of inkervingen maken
    De kleuter kraste maar wat met haar potlood in het schrift en de ouders dachten dat het mooie figuren waren.
    De jongen naast me deed zijn koplamp aan waardoor de in de muur gekraste namen zichtbaar werden: hier waren al eerder mensen gestrand.
  2. een raspend geluid maken
    Het kraai krast, je kunt dat geluid echt niet zingen noemen.

Etymologie

* Leenwoord uit het Duits, in de betekenis van ‘een scherp geluid geven, inkervingen maken’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1420