krasselen

Betekenis

werkwoord
  1. technisch slecht schaatsenrijden
  2. slaven, zwoegen
    Op en neer ging het, steeds lagen er andere, weer nieuwe onbekenden voorop. De ene wiggelwaggelbeweging volgde de andere op. Het was krasselen op het grote mes, het was van tuttuttutut en zoef rakketakketak. Hoe het allemaal zou gaan aflopen bleef ongewis – zelfs de wichelroede van Jose de Cauwer weigerde te trillen.
  3. sukkelen, klungelen
    Los Angeles Lakers heeft donderdag met 86-116 gewonnen op bezoek bij het krasselende Golden State Warriors in de NBA.

Etymologie

* afleiding van krassen