klauwen
/ˈklɑuwə(n)/
Betekenis
werkwoord
- (ov) iets wegnemen van iemand en het zich wederrechtelijk toe-eigenenIemand heeft mijn portemonnee geklauwd.
Etymologie
* "klauw" met de uitgang -en
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek
* "klauw" met de uitgang -en