rusting

vrouwelijk (de)/xxxx/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. militair, verouderd (militair), (verouderd) het geheel van de voor een taak benodigde bewapening, gereedschappen en hulpmiddelen, voor een persoon, voer- of vaartuig
    Een ridder in volle rusting .
  2. techniek, verouderd (techniek), (verouderd) een onderdeel van een meubel, machine of voertuig, waarop iets kan steunen

Etymologie

* van rusten

Vertalingen

Engelsrest, support
Franspoint d'appui
DuitsStützpunkt