toerusting

vrouwelijk (de)/xxxx/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. militair, scheepvaart (militair), (scheepvaart) de beschikbaar gestelde voer-, vlieg- of vaartuigen, bewapening, gereedschappen en hulpmiddelen, om een taak uit te voeren
    Het was al laat in het seizoen, voor de toerusting van een ander schip, was geen tijd meer.
  2. een term die in het christendom gebruikt wordt voor het zich eigen maken van het geloof

Etymologie

* van toerusten

Vertalingen

Engelsequipment