rijkswege
/ˈrɛikswɛɣə/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- (verouderd) de kant van de overheid (alleen in de vaste verbinding van rijkswege)Ook wordt bekeken hoe de kosten verder verlaagd kunnen worden. Zo hoopt het openbaar onderwijs de komende jaren de bezuinigingen van rijkswege het hoofd te kunnen bieden. Tubantia 22 januari 2011 [https://www.tubantia.nl/almelo/opoa-op-zoek-naar-nieuw-geld~a7ac68d6/ OPOA op zoek naar ‘nieuw geld’]
Etymologie
*Eigenlijk is "rijks" de genitief van "rijk" en "wege" de datief van "weg" is, opgeroepen door het voorzetsel van, waarmee dit woord een altijd vaste verbinding vormt.
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek