rijkstaal

mannelijk/vrouwelijk (de)

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. een taal die officieel erkend is als een taal waarmee de overheid kan communiceren
    De Friese bacheloropleiding werd tot dit studiejaar door het ministerie beschermd, omdat Fries de tweede officiële rijkstaal is.
    'Het Fries is erkend als rijkstaal en daarom zou elke Fries in nood zich in het Fries moeten kunnen uiten', aldus een woordvoerder van de provincie.
    Ooit, weet Huitema, is er wel eens ,,tige tank’’ of zo gezegd in de plenaire zaal van het Europees Parlement. Maar een complete rede in de tweede Rijkstaal? ,,Noch nea.’’