rat
mannelijk/vrouwelijk (de)/rɑt/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- (knaagdieren) muisachtig knaagdier uit het geslacht dat vaak gezien wordt als ongedierteEr liep een rat in de winkel rond.Ik zag de ratten niet die in het donker rondrenden, noch hoorde ik het geknars van termieten die zich te goed deden aan dakspanten en schoren. Ik voelde de klimop niet die aan de stenen trok en de torens in zand veranderde.
- (figuurlijk) door ervaring listig persoonWat een rat is die Johan toch!
- (figuurlijk), (scheldwoord) verraderlijk, onbetrouwbaar persoonHij heeft maandenlang van alles beloofd, maar nu het erop aankomt laat die rat hem gewoon in de steek.
Etymologie
*van Middelnederlands "ratte", in de betekenis van ‘knaagdier’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1240
Uitdrukkingen
- Van de ratten besnuffeld/gebeten zijn — Gek zijn, niet goed wijs zijn
Vertalingen
Engelsrat
Fransrat
DuitsRatte
Spaansrata
Italiaanstopo, ratto
Portugeesrato
Russischкрыса
Japansラット
Koreaans쥐
Turkssıçan
Poolsszczur
Zweedsråtta
Deensrotte
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek