ratel

mannelijk (de)

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. muziekinstrument (muziekinstrument) een eenvoudige muziek- en signaalinstrument dat geluid geeft doordat bij het rondslingeren een tandrad een latje repeterend weggedrukt en laat terugvallen
  2. techniek (techniek) een mechaniek met kamrad en pal, dat een asdraaiing slechts in één richting toelaat
    Bij gereedschap is de ratel meestal in twee richtingen beruikbaar.
  3. figuurlijk (figuurlijk) iemand die doorlopend praat

Etymologie

* Leenwoord uit het Afrikaans, in de betekenis van ‘marterachtige’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1884

Vertalingen

Engelsratchet, ratchet
Franscrécelle, cliquet
DuitsRatsche, Gesperre, Knarre