ratel
mannelijk (de)
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- (muziekinstrument) een eenvoudige muziek- en signaalinstrument dat geluid geeft doordat bij het rondslingeren een tandrad een latje repeterend weggedrukt en laat terugvallen
- (techniek) een mechaniek met kamrad en pal, dat een asdraaiing slechts in één richting toelaatBij gereedschap is de ratel meestal in twee richtingen beruikbaar.
- (figuurlijk) iemand die doorlopend praat
Etymologie
* Leenwoord uit het Afrikaans, in de betekenis van ‘marterachtige’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1884
Vertalingen
Engelsratchet, ratchet
Franscrécelle, cliquet
DuitsRatsche, Gesperre, Knarre
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek