ranchero
mannelijk (de)
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- bewoner van een ranch
- veefokker, paardenfokker
- Mexicaanse folklore muziekJe kunt hier door de paddock nog geen tien meter lopen, of er staan wel een paar mariachi’s de ranchero te spelen op hun gitaren.
Etymologie
* uit het Spaans
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek