rancho
mannelijk (de)/ˈrɑntʃo/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- Amerikaans landgoed of Amerikaanse boerderij"Afgelopen weekend ging hij voor het eerst met zijn nieuwe schoonouders uit eten, bij een rancho buiten de stad." De Volkskrant 11/03/2016 om 19:36 door Steven Adolf en Anneke Stoffelen [https://www.volkskrant.nl/nieuws-achtergrond/ik-wil-terugkomen-met-opgeheven-hoofd~b1cd67c38/ 'Ik wil terugkomen met opgeheven hoofd']
Etymologie
*uit het Engels
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek