proppen
/'prɔpə(n)/
Betekenis
werkwoord
- (ov) met meer kracht dan overleg samendrukken tot een slordige propDat is niet opbergen! Dat is proppen! Je moet het wasgoed eerst opvouwen en dan netjes op de planken leggen.
- (ov) met kracht kleiner makenZij propte de boodschapen in een boodschappentas.
- (ov) dicht op elkaar stuwenDe nieuwjaarsborrel, het moment om al je collega’s een mooi 2019 te wensen. Daar sta je dan, met het hele kantoor in de bedrijfskantine gepropt. Allemaal bekende gezichten, maar hoe ze heten? De naam van die man van ICT? Geen idee, ook al helpt hij je elke maand met je haperende computer. Die vrouw van sales… dat is Marianne. Nee, Mirjam. Of toch Manon? Tubantia Priscilla van Agteren 10-01-19 [https://www.tubantia.nl/tubantia-werkt/bang-om-namen-van-collega-s-te-verwarren-bij-de-nieuwjaarsborrel-zo-onthoud-je-ze-wel~a0af49aa/ Bang om namen van collega's te verwarren bij de nieuwjaarsborrel? Zo onthoud je ze wel]De zware tenten werden ontmanteld, matjes en slaapzakken opgerold en alle kleren in rugzakken gepropt. Er werd pap gekookt boven het houtvuur en een broodje voor de lunch bereid.
Etymologie
* uit het middelnederduits
Vertalingen
Engelssquash
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek