propaganda
mannelijk/vrouwelijk (de)/xxxx/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- (politiek) activiteiten of materiaal gericht op het beïnvloeden van de mening of het gedrag van grote groepen mensen waarin niet zelden gelogen wordtHij geloofde ze net zomin als de propaganda aan het begin, toen bijvoorbeeld werd beweerd dat de kogels van de moffen zo zacht waren dat ze onder daverend gelach van de Franse regimenten als beurse peren op hun uniform te pletter sloegen. {{Aut|Lemaitre, PierreHitler gebruikte de Spelen van 1936 als propaganda voor zijn idealen.Daar had ze eerlijk gezegd geen idee van gehad, wat pijnlijk was omdat ze zich blijkbaar had laten beïnvloeden door alle propaganda over de joodse dreiging door te geloven dat het er op zijn minst vele malen meer waren.
Etymologie
*Van het Latijnse gerundium propaganda, van propagare, "voortplanten, uitbreiden".
Vertalingen
Engelspropaganda
Franspropagande
DuitsPropaganda
Turkspropaganda
Poolspropaganda
Zweedspropaganda
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek