properheid

vrouwelijk (de)

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. het schoon en opgeruimd zijn als eigenschap
    De Nederlandse stranden worden elk jaar door medewerkers van de ANWB geïnspecteerd op properheid. De algemene indruk van de inspecteurs is dat de kust steeds schoner wordt. De verkiezing heeft daartoe bijgedragen, concludeert Nederland Schoon. Niet alleen het strand, maar ook de strandopgangen zien er opgeruimd uit.

Etymologie

* afleiding van proper

Vertalingen

Engelsorderliness, neatness