zuiverheid

vrouwelijk (de)/ˈzœyvərˌhɛit/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. helemaal vrij zijn van verontreinigingen, reinheid, properheid
  2. helemaal vrij zijn van bijmengingen
    De zuiverheid van deze cocaïne valt zeer te betwijfelen.
  3. van een persoon of functionaris: onberispelijkheid, kuisheid, maagdelijkheid
  4. van een redenering: helderheid, duidelijkheid

Etymologie

* afgeleid van zuiver