woorden
boek
Start
›
P
›
practicus
practicus
mannelijk (de)
/ˈprɑktiˌkʏs/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
iemand die zakelijk en doelmatig werkt
Etymologie
*afgeleid van het Latijnse practicus ()
Verwante woorden
prach
prachen
pracht
prachtband
prachtbanden
prachtbeest
prachtblad
prachtboek
prachtboeken
prachtdag
prachtdagen
prachte
Bron:
OpenTaal
&
WikiWoordenboek
← practicums
practicussen →