prachtband
mannelijk (de)
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- boekomslag waarmee men een eenvoudig machinaal geproduceerd boek kan omhullenEen album met een indrukwekkende prachtband: 'Briefmarken' stond er op.Maar daar stond een groot deel in bruine prachtband: De Sterrenhemel! Hé,' zei hij ineens op kennerstoon, het grote boek tussen de rij uithalend en 't even doorbladerend, 'hé, heeft oom dāt? Dat wou 'k wel 'es inkijken ja.
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek