prachtband

mannelijk (de)

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. boekomslag waarmee men een eenvoudig machinaal geproduceerd boek kan omhullen
    Een album met een indrukwekkende prachtband: 'Briefmarken' stond er op.
    Maar daar stond een groot deel in bruine prachtband: De Sterrenhemel! Hé,' zei hij ineens op kennerstoon, het grote boek tussen de rij uithalend en 't even doorbladerend, 'hé, heeft oom dāt? Dat wou 'k wel 'es inkijken ja.