woorden
boek
Start
›
P
›
poter
poter
mannelijk (de)
/ˈpotər/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
landbouw
(landbouw) iemand die poot
gereedschap
(gereedschap) werktuig waarmee men kan poten
pootaardappel
Etymologie
* van poten
Verwante woorden
poteling
potelingen
potemkinfaçade
poten
potenrammen
potenrammer
potenrammers
potent
potentaat
potentaten
potente
potentiaal
Bron:
OpenTaal
&
WikiWoordenboek
← potentiëlen
poteren →