potentiaal
mannelijk (de)/xxxx/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- (natuurkunde) potentiële energie van een geladen lichaam
Etymologie
* Leenwoord uit het Duits, in de betekenis van ‘spanning’ voor het eerst aangetroffen in 1888
Vertalingen
Spaanspotencial
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek