portaal

onzijdig (het)/xxxx/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. bouwkunde (bouwkunde) de nis met omlijsting van een (buiten-)deur
    In het portaal konden we even schuilen voor de regen.
  2. bouwkunde (bouwkunde) de ingang van een tunnel
    Het portaal van een moderne tunnel is maar sober uitgevoerd.
  3. techniek (techniek) de overspanning dwars over een (spoor-)weg waaraan verkeerborden, camera's e.d. en bovenleidingen, worden bevestigd.
    Het portaal wordt ondersteund door portaalpoten.
  4. informatica (informatica) op internet een website of pagina die een overzicht tracht te scheppen over een bepaald onderwerp door middel van links

Etymologie

*Afgeleid van het Latijnse porta (poort)

Vertalingen

Engelsportal
Fransportail
DuitsPortal
Spaansportal, zaguán