pistool
onzijdig (het)/xxxx/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- een semi-automatisch handvuurwapen met een langwerpig magazijn in het handvatHet pistool werd later in een tuin teruggevonden.Hoe was het mogelijk dat ze het leven tot nu toe had kunnen verdragen zonder die kus? Hoe had ze geleefd? Hij had haar meegesleurd door het donker om een pistool af te vuren in een kerk en daarna had hij haar gekust.Tijdens het liften naar het boerendorp Trout Lake, verscholen in de bergen van Washington, werd ik opgepikt door een vriendelijke, oude man in een versleten tuinbroek, houthakkersoverhemd en een pistool aan zijn riem.
Etymologie
* Leenwoord uit het Duits, in de betekenis van ‘vuistvuurwapen’ voor het eerst aangetroffen in 1623
Vertalingen
Engelspistol
Franspistolet
DuitsPistole
Spaanspistola
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek