pistache

mannelijk/vrouwelijk (de)/pisˈtɑʃ/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. bloemplanten (bloemplanten) benaming voor kleine bomen uit het geslacht
  2. plantkunde (plantkunde) echte pistache,
  3. voeding (voeding) noot van de Pistacia vera
  4. jongerentaal (jongerentaal) het op hetzelfde moment allebei hetzelfde zeggen
    We zeiden allebei op hetzelfde moment "bingo", dat was een pistache.

Etymologie

* Leenwoord uit het Frans, in de betekenis van ‘groene amandel’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1608

Vertalingen

Engelspistachio
Franspistache
DuitsPistazie
Spaanspistacho
Italiaanspistacchio