partijgenoot

mannelijk (de)/xxxx/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. politiek (politiek) iemand die lid is van dezelfde politieke partij.
    Joop Den Uyl en Willem Drees waren partijgenoten
    De speech van Hermans en het daaropvolgende applaus van haar partijgenoten werden bekritiseerd in verschillende media, zoals bij Vandaag Inside, door columnist en podcaster Marcel van Roosmalen en door programmamaker Tim Hofman.
    Johnson treedt ook per direct af als partijleider van de Conseratieve Partij. Vorige maand overleefde hij nog een vertrouwensstemming, toen een meerderheid van zijn partijgenoten vond dat hij kon aanblijven. Nu tientallen leden van zijn kabinet zijn opgestapt, treedt Johnson alsnog terug.