papier

onzijdig (het)/paˈpir/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. materiaalkunde (materiaalkunde) een dun vezelachtig beschrijfbaar materiaal
    Hij schreef zijn recensie op papier.
    Dan raapten we alle papiertjes en troep van de grond op om zo geen enkel spoor achter te laten.
  2. juridisch, pregnant (juridisch), (pregnant) officieel bewijsstuk
    Niet de vereiste papieren hebben.

Etymologie

*via Middelnederlands """ van """, in de betekenis van ‘beschrijfbaar materiaal’ aangetroffen vanaf 1361

Uitdrukkingen

  • Het bestaat op enkel op papier.Er is schriftelijk vastgelegd dat iets bestaat, rechtsgeldigheid heeft etc., maar in de praktijk valt daar niets van te merken
  • De goede/juiste papieren hebbenOver de juiste eigenschappen beschikken voor iets
  • In de papieren lopenGezegd van iets dat veel geld blijkt te kosten
  • Papier is geduldig.Er kan veel worden opgeschreven (echter zonder dat er verder iets concreets mee gebeurt)

Vertalingen

Engelspaper, document
Franspapier
DuitsPapier
Spaanspapel, documento
Russischбумага