akte

mannelijk/vrouwelijk (de)/ˈɑktə/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. juridisch (juridisch) stuk waarin feiten, rechtshandelingen of afspraken zijn vastgelegd, dat is opgesteld om als bewijs te dienenSoms stelt de wet als eis dat dit door een daartoe bevoegd openbaar ambtenaar gebeurt, men spreekt dan van een authentieke akte.
    De ambtenaar van de burgerlijke stand maakte de geboorteakte op.
    In de notariële koopakte stond dat er een arfdienstbaarheid rust op het perceel grond van het pand.
    De visser haalde zijn visakte op bij het stadhuis.
  2. toneel (toneel) onderdeel van een theatervoorstelling
    In de laatste akte van het toneelstuk overleed de held van het verhaal.

Etymologie

* Leenwoord uit Frans acte ‘het behandelde, de overeenkomst’, ontleend aan Latijn ācta ‘de behandelde dingen, openbare verhandelingen, notulen’, meervoud van āctus ‘handeling, daad; oorkonde’, het zelfstandig gebruikte voltooid deelwoord van agere ‘doen, handelen’, waaruit ageren.

Vertalingen

Engelslegal instrument
Fransacte
DuitsUrkunde, Akt, Aufzug
Spaansinstrumento
Italiaansatto