orante

vrouwelijk (de)/oˈrɑntə/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. kunst, religie (kunst) (religie) voorstelling van een biddende vrouw in lang gewaad die rechtop staat en de handen naar de hemel heft
    Rond haar worden de zeven zonen gegroepeerd, zoals reeds op een verloren gegaan, maar via een 19e-eeuwse tekening bewaard gebleven fresco ca. 600 in het reeds genoemde coemeterium: als orante (biddend de handpalmen ten hemel geheven) in een paradijselijk landschap; boven haar Christus die haar een martelaarskroon aanreikt en naast haar de inscriptie ‘Felicitas cultrix Romanorum’ (beschermster der Romeinen).
    {{ouds|1935/46

Etymologie

*van "orante" of direct van Latijn "orans", in de betekenis "afbeelding van biddende vrouw" aangetroffen vanaf 1882 (zie vindplaats hieronder)