orangisme

onzijdig (het)/orɑ̃ˈʒɪsmə/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. politieke stroming die de Oranjes aan de macht wil houden
    Gent was een van de bolwerken van het orangisme, want er bleven Belgen die het Nederlandse koningshuis steunden. In de zaal waarin dat thema wordt belicht, wandelen bezoekers over een oranje tapijt.
    Het orangisme veranderde tevens van karakter, beschrijft hij. Het transformeerde van een partijpolitieke kleur naar een nationale kleur. Napoleon had namelijk zo veel haat opgewekt dat tegenstanders van weleer (orangisten en patriotten) nu eensgezind tegen hem en de Franse overheersers samenspanden. „Oranje werd dé kleur van het anti-Franse verzet.”
  2. protestanten van Noord-Ierland

Etymologie

* afgeleid van oranje de kleur van het Nederlandse koningshuis