orangist

mannelijk (de)/orɑ̃ˈʒɪst/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. politiek (politiek) aanhanger van het huis van Oranje in de Nederlanden
  2. politiek (politiek) oranjegezind persoon in de Zuidelijke Nederlanden na de afscheiding door de jonge staat België
  3. politiek (politiek) aanhanger van de protestantse Engelsgezinde partij in Ulster

Etymologie

*afgeleid van orange