Oranje

onzijdig (het)/oˈrɑɲə/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. kleur (kleur) secundaire kleur gelegen tussen geel en rood, met een golflengte van ca. 620 - 585 nanometer
    Heeft u die ook in het oranje?
    De kracht van oranje ligt in de blijdschap en creativiteit die het kan oproepen. [https://www.anderszien.nl/oranje/ Oranje], anderszien.nl
    Overal kwamen er kleine cactusbloemen tevoorschijn: prachtige felle kleuren, van knalroze tot limoengroen, oranje en citroengeel.

Etymologie

*Van het Franse orange, dat op zijn beurt is afgeleid van het Spaanse naranjo "sinaasappelboom" en naranja "sinaasappel".

Vertalingen

Engelsorange, orange
Fransorange
Duitsorange
Spaansnaranja, anaranjado
Italiaansarancio, arancione
Portugeeslaranja, alaranjado, cor-de-laranja
Russischоранжевый
Chinees橙色, 橙黄色
Japansオレンジ色, 橙色
Turksturuncu, portakal rengi
Poolspomarańcz, pomarańczowy
Zweedsorange, brandgul
Deensorange