opzouten

/ˈɔpsɑutə(n)/

Betekenis

werkwoord
  1. van eetwaren in het zout leggen om ze te kunnen bewaren en later te gebruiken
  2. bewaren voor later
  3. niet uiten van gevoelens
  4. informeel (informeel) snel weggaan
    Maar richting als voorzetsel, in zinnen als: ‘de eerste stap richting een grotere klanttevredenheid’ of ‘ik heb dat richting de directie aangegeven’: ik dacht het dus niet. Mensen die dingen ‘aangeven’ als ze ‘zeggen’ bedoelen moeten sowieso opzouten. Maar ‘richting’ gebruik je écht alleen als voorzetsel als je totaal niet weet waar het heen moet, of waar het moet aankomen. NRC Japke-d. Bouma 23 oktober 2015
  5. van een tekst: die sterker maken, krachtiger maken