opzadelen

/ˈɔpsadələ(n)/

Betekenis

werkwoord
  1. iemand belasten met iets onaangenaams
    Omdat ik het bedienend personeel niet met mijn eigen kinderachtige probleem wil opzadelen, heb ik laatst toch maar babyccino gezegd. Maar dan zo: „En dan nog een, nou ja, een ‘babyccino’.” Ik hoopte dat de aanhalingstekens opgepikt werden. Maar nee. NRC Paulien Cornelisse 20 januari 2017
  2. een paard een zadel opleggen