opstoot

mannelijk (de)/ˈɔpstot/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. iets wat snel en onverwachts krachtig komen maar even snel weer weggaat
  2. vuistslag naar boven, gericht op de kin van de tegenstander
  3. verstoring van de openbare orde

Etymologie

*: "opstoten" zonder de uitgang -en

Vertalingen

Engelsuppercut