oprisping
vrouwelijk (de)/xxxx/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- het weer naar boven komen van iets dat ingeslikt wasDoe Anneke haar slabbetje even om, er komt vast weer een oprisping!
- overdrachtelijk een onverwachte en onbedoelde uitspraakMet die oprisping zette hij veel kwaad bloed.
Etymologie
* van oprispen
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek