oprisping

vrouwelijk (de)/xxxx/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. het weer naar boven komen van iets dat ingeslikt was
    Doe Anneke haar slabbetje even om, er komt vast weer een oprisping!
  2. overdrachtelijk een onverwachte en onbedoelde uitspraak
    Met die oprisping zette hij veel kwaad bloed.

Etymologie

* van oprispen