opsteker
mannelijk (de)/xxxx/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- een omstandigheid die gunstig voor iets of iemand werkt; iets wat blijmoedig maakt
- iemand die iets opsteekt
- (bargoens) puntig mes
- (landbouw) hooivork met een lange steel
- (gereedschap) wig voor beitels en schaven
- (visserij) het plotseling omhoogkomen van de dobber wanneer men beet heeft
- positieve opmerking
Etymologie
* van opsteken
Vertalingen
Engelschance
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek