oplevering

vrouwelijk (de)

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. het opleveren, overdracht van een voltooid werk
    De oplevering van het gebouw was in november of december van dit jaar gepland. Na de kerstvakantie moesten de leerlingen erin kunnen. De school houdt rekening met vertraging, maar de wethouder is optimistisch: "Er is geen reden om aan te nemen dat dat niet gaat lukken."

Etymologie

* van opleveren