opleg
mannelijk (de)/ˈɔplɛx/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- opslag of bewaring voor gebruik in de toekomstChileense wijn is te koop bij Noordman Wijnhandel in Leiden (071-5221405) – de Santa Rita wijnen zijn geschikt voor opleg.
- wat (extra) betaald moet wordenNu en dan wordt een paard verwezen en in vervanging ervan wordt een nieuw aangeworven ‘in mangelinge’, waarbij Albertus De Caluwé de opleg betaalt.
- aantal exemplaren dat van een drukwerk wordt gemaakt om in een keer uit te brengenBlussé was niet bepaald krenterig met de opleg. De door hem gratis verspreide prospectussen behoorden met een oplage die kon variëren van 250 tot 3300 exemplaren tot de ware bestsellers in zijn fonds.
Etymologie
: "opleggen" zonder de uitgang -en
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek