onnozelheid
vrouwelijk (de)
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- iets dat ontstaat door domheid en onnadenkendheidDe zaterdag vóór palmzondag is normaal een dag die veel Denekampers gebruiken om snoeihout aan te voeren. Nu is dat niet mogelijk en wordt er wederom een stukje traditie de das omgedaan. Herman Oude Elferink is uitermate verbolgen over zoveel onnozelheid bij de betrokken bestuurders. Tubantia 27-03-12 [https://www.tubantia.nl/oldenzaal-e-o/poaskearls-denekamp-verbolgen-over-circus~a04aff08/ ‘Poaskearls’ Denekamp verbolgen over circus]Voor Harry Oude Weernink is de kous inmiddels af, zo schrijft hij aan Eddy Schepers. „Ik ben erg geschrokken en teleurgesteld over de omtrekkende bewegingen en de onnozelheid van uw bestuur inzake deze kwestie, daarom sluit ik van mijn kant de discussie.” Tubantia 01-08-14 [https://www.tubantia.nl/oldenzaal/bosch-krijgt-steun-van-bestuur-toeristisch-ondernemersfonds-dinkelland~a40be508/ Bosch krijgt steun van bestuur Toeristisch Ondernemersfonds Dinkelland]
Etymologie
* afleiding van onnozel
Vertalingen
Engelsgullibility, silliness, naïveté
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek