onjuistheid

vrouwelijk (de)/ɔnˈjœysthɛit/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. iets dat niet op waarheid berust
    Hij vindt het onbegrijpelijk dat de rechters zich niet uitspreken over de onjuistheden die volgens de school in het rapport staan.
    'De berichten over mijn functioneren kwamen naar buiten kort voordat er een grote reorganisatie zou worden aangekondigd. Dat is een ingrijpende gebeurtenis. Ik sluit niet uit dat er een verband is. De grofheid, de onjuistheid en timing van de berichtgeving zijn opvallend', reageerde ze.

Etymologie

* afleiding onjuist

Vertalingen

Engelsflaw, error, fault