flater

mannelijk (de)/ˈflatər/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. ernstige, eenvoudig te voorkomen fout
    De pijn zit hem in al die gelijke spelen. Bij sc Heerenveen, bij FC Utrecht en zeker de 2-2 bij FC Emmen. Want hoe charmant een stuntende nieuwkomer ook is, dat PSV in Drenthe een 2-0 voorsprong weggaf lijkt de grootste flater in 297 eredivisieduels dit seizoen. Wat als PSV na het eerste tegendoelpunt was wakker geschud?

Etymologie

*: "flateren" zonder de uitgang -en