omslachtigheid

vrouwelijk (de)

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. de mate waarin men iets nodeloos ingewikkeld en lastig maakt
    Onze ontmoetingen zijn van elke sentimentele omslachtigheid gespeend.
    En juffrouw Bedwin, tevreden dat hij zich nu beter op zijn gemak voelde, voegde zout en stukjes geroosterd brood toe aan de bouillon, met alle omslachtigheid waarmee zulk een gewichtige voorbereiding gepaard pleegt te gaan.
  2. iets wat getuigt van nutteloze complexiteit

Etymologie

*afleiding van omslachtig