heisa
mannelijk (de)/ˈhɛisa/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- opschudding, commotieWanneer zal die heisa eens wat tot bedaren komen?
Etymologie
* In de betekenis van ‘drukte’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1912
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek