gedoe
onzijdig (het)/ɣəˈdu/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- een geheel van omslachtighedenDat gedoe hangt me al tijden de keel uit.Mijn laatste meeting was uitgelopen, waardoor ik me moest haasten om op tijd bij het familiediner te zijn dat mijn moeder met veel gedoe had georganiseerd.De ouders hadden de kinderen van 10 en 12 na een hoop gedoe voor een halfjaar van school kunnen uitschrijven om gezamenlijk de PCT te lopen.
Etymologie
*Afgeleid van de stam van doen
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek