omkoper

mannelijk (de)/xxxx/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. iemand die door het geven van een ongeoorloofde beloning aan een functionaris, het gedrag van deze functionaris probeert te beïnvloeden
    Omkoper Saoedische prins sluisde smeergeld weg via ex-collega: De twee ex-topmannen van Ballast Nedam die in ruil voor grote bouwopdrachten honderden miljoenen euro’s aan steekpenningen betaalden aan een Saoedische prins en aan de Surinaamse partij van Desi Bouterse, ontvingen op hun beurt óók weer smeergeld.de Telegraaf BART MOS 30 nov. 2017
    De enige oud-medewerker van auto-importeur Pon, de voornaamste omkoper, die voor de rechter moest verschijnen krijgt een onvoorwaardelijke taakstraf van 40 uur.NRC Merijn Rengers Derk Stokmans 22 februari 2018
    De krant publiceerde een video waarin een omkoper beweert dat wedstrijden uit de lagere competities in Engeland gefixt kunnen worden voor zo’n zestigduizend euro. Het is volgens The Daily Telegraph het grootste matchfixing-schandaal in decennia in het land.NRC 28 november 2013

Etymologie

* afleiding van omkopen

Vertalingen

Engelscorruptor