omkopen

/ˈɔmkopə(n)/

Betekenis

werkwoord
  1. ov (ov) (iemand ~) met behulp van geschenken, geld e.d. overhalen om van zijn plicht, partij, overtuiging te verzaken
    De gokbazen kochten de doelman van de thuisploeg om.

Vertalingen

Engelsbribe
Fransacheter, corrompre
Duitsbestechen
Spaanscorromper, sobornar, untar
Zweedsmuta