noodkerk
mannelijk/vrouwelijk (de)/ˈnotkɛrᵊk/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- (bouwkunde) (religie) een gebouw dat tijdelijk gebruikt wordt als kerk zolang men niet de beschikking heeft over een permanent kerkgebouwIn de noodkerk is de akoestiek duidelijk minder goed dan in de echte kerk.
Vertalingen
Engelstemporary church building
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek