noodkerk

mannelijk/vrouwelijk (de)/ˈnotkɛrᵊk/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. bouwkunde, religie (bouwkunde) (religie) een gebouw dat tijdelijk gebruikt wordt als kerk zolang men niet de beschikking heeft over een permanent kerkgebouw
    In de noodkerk is de akoestiek duidelijk minder goed dan in de echte kerk.

Vertalingen

Engelstemporary church building