noodbevel

onzijdig (het)

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. een bevel die door een burgemeester wordt gegeven als er sprake is van ernstige wanordelijkheden of bij rampen
    De politie heeft een groep mensen in IJmuiden uit elkaar gedreven die op een plein in het centrum waren samengekomen om te demonstreren tegen het coronabeleid van het kabinet. De burgemeester kondigde een noodbevel af "vanwege ernstige vrees voor de openbare orde", waarna onder meer de mobiele eenheid ingreep.
    Naar aanleiding van signalen over mogelijke ongeregeldheden had burgemeester Buma gisteravond een noodbevel aangekondigd voor het centrum van Leeuwarden en het gebied rondom het Cambuurstadion.