neteldoek

onzijdig (het)/ˈnetəlˌduk/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. huishouden (huishouden) losgeweven stof in effen binding, vroeger vervaardigd uit de bastvezels van sommige soorten netels (), later van katoen en in dat geval hetzelfde als mousseline

Etymologie

* In de betekenis van ‘weefsel’ voor het eerst aangetroffen in 1623

Vertalingen

Engelsmuslin
Spaansestopilla, muselina