neteldier

onzijdig (het)/ˈnetəlˌdir/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. dierkunde (dierkunde) benaming voor holtedieren uit de stam , die netelcellen hebben die gif afscheiden om een prooi te verlammen
    Buddenbrockia heeft nu een plaatsje in de stamboom gekregen tussen zoetwaterpoliepen en kwallen, en is dus echt een neteldier.

Etymologie

*terugvorming uit neteldieren zonder de uitgang -en, op te vatten als

Vertalingen

DuitsNesseltier
Spaanspólipo