mejuffrouw

vrouwelijk (de)/məˈjʏfrɑu/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. een ongetrouwde volwassen vrouw
    Wij moesten onze ongetrouwde tante van 90 nog steeds mejuffrouw noemen.
  2. onderwijzeres van een basisschool
    De juffrouw had een leuke man en drie kinderen.

Etymologie

*koppeling van me en juffrouw