juf
vrouwelijk (de)/jʏf/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- (onderwijs), (informeel) lerares van een lagere school of peuterklasDat mochten we niet van de juf.Kaspar kwam zuchtend uit de peuterklas en zei: we moesten weer zo hard werken van de juf!.
- jonge vrouw, meisjeJa, dat is een leuk juffie geworden.Regering van Suriname gaat niet door de knieën voor jufje Herfkens.
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek